Start Koop Berlingo Electric Mijn Berlingo Spec. Saxo Berlingo FAQ

 

Start
Koop Berlingo Electric
Mijn Berlingo
Spec. Saxo Berlingo
FAQ

Plug in Elektrische Voertuigen .NL

Harold de Gouw

Kasteeldreef 23

NL-5151RR Drunen

gouwgroep@wxs.nl

0031 (0) 650 400 509

 

 

 

Citroën Saxo Électrique en

Citroën Berlingo Électrique

Inleiding

De Citroën Saxo en de Citroën Berlingo komen niet veel voor op de Nederlandse wegen. De Saxo is een personenauto, de Berlingo een bestelwagen. In 1995 heeft Citroën van beide modellen ook een volledig elektrische variant in Nederland op de markt gebracht: de Citroën Saxo Électrique (= Peugeot 106 Electrique) en de Citroën Berlingo Électrique (=Peugeot Partner Electrique). Het gaat om een beperkt aantal exemplaren, die vooral projectmatig in gebruik zijn. Zoals dat voor alle elektrisch aangedreven auto’s geldt, is de actieradius van beide auto’s klein en de maximumsnelheid betrekkelijk laag. De auto’s rijden vrijwel geruisloos, maar dat heeft vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid het nadeel dat andere weggebruikers de auto’s niet goed horen aankomen. Elektrisch aangedreven auto’s beschikken natuurlijk over een forse accu (hier tractiebatterij genoemd) en tijdens bedrijf staat een aantal van de onderdelen van deze auto’s onder hoge spanning. Bij normaal gebruik levert dit geen enkel gevaar op. 

 

1 Algemene informatie

 

Merk

Citroën

Modellen

Saxo Électrique

Berlingo Électrique

Herkenbaarheid

Zowel bij de Saxo Électrique als bij de Berlingo Électrique is op het rechter voorscherm een laadaansluiting aangebracht, die op een 220 Volt / 16 Ampère stopcontact kan worden aangesloten. De auto’s hebben geen versnellingsbak. De Saxo heeft een druktoets (‘R’) op het dashboard, voor

selectie van de voor- of achteruitrijstand. De Berlingo is voorzien van een selectiehendel die nagenoeg identiek is aan die van auto’s met een automatische versnellingsbak. Door de geruisloze aandrijving horen andere weggebruikers de elektrische Citroëns soms niet

aankomen.

afbeelding 1.1 De laadaansluiting (Saxo)

Bouwjaar

In Nederland zijn de auto’s tussen 1995 en 2005 op ‘de markt’ gebracht. In 2002 waren er slechts 45 exemplaren (30 Saxo’s en 15 Berlingo’s) projectmatig in gebruik in Nederland: met name bij de ROTEB in Rotterdam, bij Gemeentewerken in Alphen aan den Rijn en op Schiphol. Wereldwijd zijn er nu tussen de 400 en 4000 exemplaren verkocht, (verschillende bronnen vermelden verschillende aantallen). In samenwerking met Venturi heeft  PSA in 2008/2009 nog eens 500 Berlingo's / Partner's geproduceerd t.b.v. de Franse post. Blijkbaar ook in het najaar van 2009 blijft Venturi het oude model Berlingo ombouwen.  Met de introductie van de Citroen C1 Electrique, eind april 2009, Komt PSA als wereldmarktleider in Electrische voertuigen, in samenwerking met ECC eindelijk met een nieuwe generatie Elektrische voertuigen. 

 





 

 

 

 

2 Technische informatie

 

De Saxo Électrique en de Berlingo Électrique zijn ontworpen voor normaal gebruik in het stadsverkeer. Afhankelijk van de rijsteil en rijsnelheid is de gemiddelde actieradius ongeveer 75 km. De maximumsnelheid bedraagt 90 km/u voor de Saxo en 95 km/u voor de Berlingo.

 

Theoretisch Bereik / Reikwijdte Berlingo Electrique
bij energie stand  Bij Gemiddelde Snelheid
56 km/h  64 km/h  80 km/h  96 km/h 
km km km km
0% 0 km 0 km 0 km 0 km
5% 5 km 4 km 3 km 2 km
10% 10 km 8 km 6 km 5 km
15% 14 km 12 km 9 km 7 km
20% 19 km 16 km 12 km 10 km
25% 24 km 20 km 14 km 12 km
30% 29 km 24 km 17 km 14 km
35% 34 km 29 km 20 km 17 km
40% 38 km 33 km 23 km 19 km
45% 43 km 37 km 26 km 22 km
50% 48 km 41 km 29 km 24 km
55% 53 km 45 km 32 km 26 km
60% 58 km 49 km 35 km 29 km
65% 62 km 53 km 37 km 31 km
70% 67 km 57 km 40 km 34 km
75% 72 km 61 km 43 km 36 km
80% 77 km 65 km 46 km 38 km
85% 82 km 69 km 49 km 41 km
90% 86 km 73 km 52 km 43 km
95% 91 km 78 km 55 km 46 km
100% 96 km 82 km 58 km 48 km

 

 

Beide voertuigen zijn voorzien van een brandstoftank voor loodvrije benzine, voor de energievoorziening van de verwarmingsinstallatie. De benzinetank (Saxo 12 liter, Berlingo 8 liter) bevindt zich bij beide voertuigen rechtsachter onder de bodemplaat, met een vulopening in het rechter achterscherm.

Specificaties

De Saxo heeft de volgende specificaties.

Lengte 3,5 m Breedte 1,6 m

Hoogte 1,4 m Wielbasis 2,3 m

Gewicht 1085 kg

De Berlingo heeft de volgende specificaties.

Lengte 4,1 m Breedte 1,7 m

Hoogte 1,8 m Wielbasis 2,7 m

Gewicht 1466 kg

Motor

Het aandrijfaggregaat bestaat uit een elektromotor en een reductiekast. Het gewicht is 84 kg. De Saxo en de Berlingo zijn voorzien van een gelijkstroommotor met onafhankelijke, elektronisch geregelde bekrachtiging. De elektromotor is rechtstreeks met de voorwielen verbonden

en drijft deze direct aan. De motor wordt direct van energie voorzien door de tractiebatterij. Deze batterij is ondergebracht

in drie (Saxo) of vier (Berlingo) accubakken. Het laden van de tractiebatterij gebeurt automatisch, wanneer er wordt afgeremd

via een 220 V / 16 A elektrische (huis)installatie, met behulp van een speciale kabel via een aansluiting op speciale parkeerplaatsen langs de openbare weg via een snellaadaansluiting bij een servicestation. De tractiebatterij kan maximaal 1500 keer worden geladen.

 

afbeelding 1.2 Het laden van de tractiebatterij (Berlingo)

Tractiebatterij

Saxo

De tractiebatterij bestaat uit twintig monoblokken nikkel/cadmium (Ni/Cd) van 6 V – 100 Ah per stuk. Deze zijn in serie geschakeld, waardoor de batterij in totaal een spanning van 120 V heeft. De monoblokken zijn verdeeld over drie accubakken:

een bak met drie monoblokken in het bovenste deel van de motorruimte (totaal 18 Volt)

een bak met zes monoblokken in het onderste deel van de motorruimte (totaal 36 Volt)

een bak met elf monoblokken aan de achterzijde onder de bodemplaat (totaal 66 Volt).

De tractiebatterij van de Saxo heeft de volgende specificaties.

Type nikkel/cadmiumbatterij (Ni/Cd) SAFT STM 5-100 MRE

Output 120 V (20 monoblokken van 6 V - 100 Ah)

Capaciteit 100 Ah

Gewicht 260 kg (20 x 13 kg)

Ladingstoestand 20 - 100%

 

afbeelding 1.3 De positie van de accubakken (Saxo)

(1) accubak boven, (2) accubak onder, (3) accubak achter, (4) benzinetank

afbeelding 1.4 Opstelling (Saxo)

(1) shunt, (3) zekering, (5) accubak achterzijde, (6) gelijkstroommotor, (7) accubak onderzijde, (8) computer,

(9) verwarmingsgroep, (10) accubak bovenzijde, (11) 12 Volt-accu, (12) benzinetank

 

 

Berlingo

De tractiebatterij van de Berlingo bestaat uit 27 monoblokken nikkel/cadmium (Ni/Cd) van 6 Volt – 100 Ah per stuk. Deze zijn in serie geschakeld, waardoor de batterij in totaal een spanning van 162 Volt heeft. De monoblokken zijn verdeeld over vier accubakken:

een bak met vier monoblokken in het bovenste deel van de motorruimte (totaal 24 Volt)

een bak met zes monoblokken in het onderste deel van de motorruimte (totaal 36 Volt)

een bak met elf monoblokken in het middendeel onder de bodemplaat, voor de achteras (totaal 66 Volt)

een bak met zes monoblokken aan de achterzijde onder de bodemplaat (totaal 36 Volt).

De tractiebatterij van de Berlingo heeft de volgende specificaties.

Type nikkel/cadmiumbatterij (Ni/Cd) SAFT STM 5-100 MRE

Output 162 V (27 monoblokken van 6 V - 100 Ah)

Capaciteit 100 Ah

Gewicht 351 kg (27 x 13 kg)

Ladingstoestand 20 - 100%

 

afbeelding 1.5 De positie van de accubakken (Berlingo)

(1) accubak voorzijde, (2) accubak onderrzijde, (3) middelste accubak, (4) accubak achterzijde

afbeelding 1.6 Opstelling (Berlingo)

(1) shunt, (2) shunthouder, (3) zekering, (4) zekeringhouder, (5) accubak achterzijde, (6) gelijkstroommotor,

(7) accubak onderzijde, (8) computer, (9) verwarmingsgroep, (10) accubak bovenzijde, (11) middelste accubak,

(12) klep van de laadaansluiting, (13) 12 Volt-accu

 

Elke accubak van zowel de Saxo als de Berlingo is zodanig ontworpen, dat onder normale omstandigheden direct contact met onderdelen die onder spanning staan, wordt voorkomen. Elke accubak is beveiligd met een zekering. Tijdens het rijden en het laden worden de accu’s gekoeld door middel van een koelvloeistof. Het koelsysteem is voorzien van een radiateur en een ventilator.

 

2.1 Onderdelen die tijdens bedrijf onder (hoge) spanning staan

De spanningvoerende onderdelen van beide typen voertuigen hebben geen afwijkende kleur. Onderdelen die onder spanning staan, zijn voorzien van een waarschuwingssticker (bliksemschicht) met daaronder de tekst ‘Niet openen, onder spanning’. De bekabeling, die de diverse

onderdelen van het elektrisch systeem met elkaar verbindt, bestaat uit dikke zwarte kabels. Deze kabels bevinden zich grotendeels in een tunnel onder het midden van de bodemplaat van de auto. Voor beide auto’s geldt dat er spanning op de elektromotor en de tractiebatterij kan staan,

en daarnaast op de volgende onderdelen: de computer Deze bevindt zich in de motorruimte en is herkenbaar aan de waarschuwingssticker en een

grote stekker aan de rechterzijde. De computer regelt de volgende functies:

• het voeden van de motor

• het terugwinnen van energie bij het decelereren (vertragen)

• het laden van de tractiebatterij

• het laden van de 12 Volt-accu

• zelfdiagnose.

De laadaansluiting bevindt zich achter een klep op het rechter voorscherm. De 12 Volt-accu dient voor de voeding van bijvoorbeeld de verlichting, de ruitenwissers en dergelijke. Hij bevindt zich onder de motorkap, links van het midden van het voertuig.

 

afbeelding 1.7 De 12 Volt-accu en de computer (Saxo; voor de Berlingo is het beeld vrijwel gelijk)

afbeelding 1.8 A De bedrading van het 120 Volt-circuit van de Saxo.

De kabels die de diverse onderdelen van het elektrisch systeem met elkaar verbinden, zijn als dikke blauwe

lijnen aangegeven.

afbeelding 1.8 B De bedrading van het 162 Volt-circuit van de Berlingo.

De kabels die de diverse onderdelen van het elektrisch systeem met elkaar verbinden, zijn als dikke blauwe

lijnen aangegeven.

 

Algemene veiligheidsvoorzieningen

De Saxo en de Berlingo beschikken over de volgende veiligheidsvoorzieningen ten behoeve van de passagiers:

een veiligheidskooi

een pyrotechnisch airbagsysteem voor de bestuurder

autogordels met pyrotechnische gordelspanners.

 

3 Veiligheid

 

Voor zowel de Saxo als de Berlingo geldt, dat er niet met de auto kan worden gereden wanneer de klep van de laadaansluiting is geopend (dankzij het contact ‘klep laadaansluiting’) of wanneer de laadkabel op de laadaansluiting is aangesloten en de tractiebatterij geladen

wordt (dankzij het contact ‘laadstekker aanwezig’).

3.1 Onderbreker

De tractiebatterij en de elektrische componenten van beide voertuigen zijn beveiligd via de contactsleutel. Wanneer het contact door middel van de sleutel wordt verbroken, wordt via de ‘onderbreker’ de verbinding tussen de tractiebatterij en de motor verbroken. De onderbreker onderbreekt tevens de voeding bij storingen en bij risico’s van het defect raken van de elektronica. Daarnaast zorgt de onderbreker ervoor dat bij een storing de

alarmknipperlichten worden ingeschakeld.

 

afbeelding 1.9 Opbouw van de elektronische regeleenheid, met de positie van de onderbreker

(hier aangeduid als ‘veiligheidsschakelaar’)

 

3.2 Zekeringen en shunts

De monoblokken zijn ondergebracht in drie (Saxo) of vier (Berlingo) accubakken en vormen tezamen de tractiebatterij. Op iedere accubak is een zekering aangebracht op de positieve aansluiting en een shunt op de negatieve aansluiting. De zekering en de shunt zijn aangebracht om te hoge stroomsterkten of het verbreken van de elektrische keten te voorkomen. Door de zekeringen én de shunts te verwijderen, worden de accubakken uitgeschakeld. Als slechts één van de accubakken buiten werking is gesteld, kan er nog steeds stroom lopen. Voor de veiligheid moeten dus alle of zoveel mogelijk accubakken worden uitgeschakeld. Bij het buiten werking stellen van de accubakken is het van belang 1000 Volt-handschoenen te dragen!

 

afbeelding 1.10

De zekering (hier afgebeeld) en de shunt zien er nagenoeg hetzelfde uit.

(a) identificatie van de leverancier, (c) naam van de constructeur (d) identificatie-inscripties

afbeelding 1.11 Zekering en shunt vóór

afbeelding 1.12 Zekering en shunt achter

3.3 Onder spanning staande delen

Omdat op het elektrisch gedeelte van de Saxo een spanning van 120 Volt staat en op het elektrisch gedeelte van de Berlingo een spanning van 162 Volt, is het van groot belang om, bij werkzaamheden aan de auto en bij een ernstig ongeval met de mogelijkheid van elektrocutie, de volgende extra maatregelen te treffen.

1. Maak, als het incident tijdens het laden plaatsvindt, de laadkabel los van de 220 Voltaansluiting.

2. Verbreek het contact en neem de contactsleutel uit.

3. Verwijder van alle accubakken éérst de shunt en dan de zekering.

4. Maak de accukabel van de 12 Volt-accu los.

Bij een spanning van 120 Volt kan een stroom van 50 mA door het lichaam lopen. Vanaf 30 mA loopt men al het risico van hartfibrillatie, wat zonder onmiddellijke medische hulp een fatale afloop kan hebben. Gebruik daarom altijd 1000 Volt-handschoenen! Als niet alle accubakken bereikbaar zijn, probeer dan zoveel mogelijk accubakken buiten werking te stellen. Er kan nog steeds stroom lopen als slechts één van de accubakken buiten

werking is gesteld. De kabels die de verschillende onderdelen van het elektrisch systeem met elkaar verbinden, bevinden zich grotendeels in een tunnel onder het midden van de bodemplaat. De stijlen en dorpels van de auto’s kunnen zonder gevaar voor elektrocutie met redgereedschap worden

doorgeknipt. Als de auto bij werkzaamheden of bij een incident met behulp van hefgereedschap moet worden opgetild, plaats het hefgereedschap dan nooit onder de batterijbakken aan de voor- of de achterzijde van de auto. Er is dan kans op elektrocutie of op beschadiging van de batterijbakken, waardoor mogelijk elektrolytlekkage ontstaat.

 

afbeelding 1.13 Oplichten van de voorzijde van de auto (Saxo).

(A) Krik de auto nooit onder de onderste batterijbak of de motor op. (B) Plaats de krik onder het bevestigingspunt

van de stabilisatorstang. De krik is hier ingekleurd.

afbeelding 1.14 Oplichten van de achterzijde van de auto (Saxo).

(A) Krik de auto nooit onder de onderste batterijbak op. (B) Plaats de krik onder de onderste bevestigingssteun

van de schokdemper. De krik is hier ingekleurd.

 

Waterongevallen / De Saxo of Berlingo te water

Wanneer de Saxo of Berlingo te water is geraakt, zullen alle 20 of 27 monoblokken zich via het water ontladen. De spanning zal teruglopen van 120 Volt (Saxo) of 162 Volt (Berlingo) tot 0 Volt. Hoe snel dit gaat is onvoorspelbaar: afhankelijk van de situatie (bijvoorbeeld zout of zoet water) kan het een paar minuten tot een paar uur duren voordat de spanning 0 Volt geworden is. Eventuele inzittenden kan men in deze situatie zonder risico bevrijden. Als de Saxo of Berlingo gedeeltelijk in het water ligt en er geen sprake is van een spoedeisende situatie, kan gewacht worden op een berger die het voertuig uit het water trekt.

3.4 Brand

Een brand moet bij voorkeur met een ABC-poederblusser geblust worden. Het gebruik van een grote hoeveelheid water is ook mogelijk.

3.5 Elektrolytlekkage

Na een aanrijding kunnen één of meer accubakken elektrolyt verliezen, wanneer één of meerdere monoblokken beschadigd zijn. De elektrolyt bevat kaliumcarbonaat. Als elektrolyt in aanraking komt met de huid, kan dat ernstige brandwonden veroorzaken. Spoel bij contact de huid direct met veel water. Als elektrolyt op de carrosserie van de auto en op de grond is gekomen, reinig de besmette plekken dan met veel water. Gebruik altijd chemicaliënhandschoenen en een veiligheidsbril!

3.6 Explosie van waterstofgas

Bij het laden van de tractiebatterij komt telkens ongeveer 1 m3 waterstofgas vrij. Om die reden moeten op de plaatsen waar de Saxo en/of de Berlingo wordt geladen, de volgende veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. De ruimte voor het laden moet voldoende geventileerd worden: minimaal 45 m3 per persoon per uur. De ruimte voor het laden mag niet meer dan drie laadstations bevatten. In de buurt van de laadstations mogen geen handelingen worden verricht waarbij vonken kunnen ontstaan. Er mag niet gerookt worden op de laadplek. Het gebruik van stralingswarmte in de buurt van de laadplek is niet toegestaan. Als niet aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, bestaat de kans op explosiegevaar.

 

4 Nazorg

 

Ten aanzien van de nazorg is het slepen van de Saxo en de Berlingo een specifiek aandachtspunt. Beide auto’s mogen uitsluitend aan de voorzijde worden gesleept, waarbij de vier wielen op de grond moeten blijven. Gebruik het daarvoor bestemde sleepoog. Het contact moet verbroken zijn en de contactsleutel moet zich in de stand ‘ontgrendeld’ bevinden. Rijd niet harder dan 90 km/u. Bij verbroken contact werkt de rembekrachtiging niet.

 

afbeelding 1.15 Het sleepoog (Berlingo)

De Citroën Saxo Électrique en de Citroën Berlingo Électrique zijn beide volledig elektrisch

aangedreven auto’s.

 

(De hier weergegeven informatie is puur informatief en niet bestemd voor hulpverlening bij incidenten, mocht u toch geïnformeerd willen worden omtrent dit onderwerp, lees dan het document vermeld in de bronvermelding. Aan alle informatie op deze website kunnen geen rechten worden ontleend.)

 

Bronvermelding: 

Voertuigen op alternatieve energie, door Nibra, 2002, Internet link:

www.brandweertwente.nl/import/assetmanager/4/1264/Voertuigen_op_alternatieve_energie.pdf